De ‘Less is more’ methode

0

Duurzaamheid klinkt vaak als een activiteit van de elite. Zonnepanelen zijn immers duur en natuurlijke, biologische producten zijn ook niet voor elke portemonnee weggelegd. Groen is toch gewoon groen? Een groene wereld, is er toch een waar we allemaal zou moeten kunnen wonen? Waarom moet daar een duur prijskaartje aan hangen? Iedereen moet toch mee kunnen doen. En volgens Stéphanie kan ook iedereen meedoen (in mijn vorige blog: ‘Niets verspillen doe je hoe?’ vertel ik dat ik aan de hand van haar boek wat dingen ga uitproberen). Zij heeft tips voor elke portemonnee. Iedereen kan meedoen. Zeker als je de eerste tips leest van het boek:

  • Minder consumeren
  • Overbodige dingen schrappen
  • Energie besparen
  • Minder kopen

Laten we eens gaan kijken naar deze eerste tips. Minder consumeren kost geen geld. Sterker nog het bespaard geld! Nu had ik deze tip al een keer gehoord in een documentaire die ik vorig jaar gezien had. Vandaar dat ik als goed voornemen voor dit jaar had genomen om niet meer mee te doen aan de consumptiemaatschappij. Of te wel: niks meer kopen (boodschappen daar gelaten natuurlijk). Klinkt makkelijk toch! En het kost niks!

Als aanvulling schreef ze er wel bij dat wanneer je dan toch wat kocht, dat je dan het beste kon kiezen voor een natuurlijk of biologisch product. Waarvan teelt, fabricage en transport het milieu minder belasten. En alleen duurzaam, geschikt voor hergebruik, te repareren en aan te vullen. Kies verder voor producten met diverse toepassingen en zo min mogelijk verpakking (zie mijn blog: ‘Plastic soep in de supermarkt’ over zo min mogelijk verpakkingsmateriaal bij boodschappen doen).

Dat is nogal wat. Niks kopen lijkt bijna makkelijker dat iets kopen dat aan de ‘duurzaamheidseisen’ voldoet… Maarja niks kopen is ook niet zo makkelijk. In deze wereld zijn we opgegroeid, ik althans, waarbij je beloond wordt voor goed gedrag d.m.v. een cadeautje. Als ik vroeger bijvoorbeeld een goed rapport had, kreeg ik daar een cadeautje voor en later geld. Mijn dochter kwam laatst thuis met haar allereerste rapport ooit (lees: trotse mama!) en natuurlijk kreeg ze daar een cadeautje voor. Dat hoort toch immer zo? Dat was ik gewent. Overigens wel met de vermelding dat het niet was voor de goede ‘cijfers’ (die hebben ze nog niet in groep 1/2) maar voor het feit dat ze goed haar best deed op school en het leuk vond. Dit soort beloningssystemen worden al generaties op generaties doorgegeven. Dit geld trouwens ook voor eten. Dat noemen we alleen emotionele eters, dan beloon je goed gedrag met eten of juist als je je verdrietig voelt.

Shit, nu had ik toch wat gekocht en het voldeed ook niet specifiek aan de duurzaamheidseisen. Het was wel een boek. Dat is toch ook goed? Of niet? Hoeveel bomen zitten er eigenlijk in een boek? Speelgoed heeft ze genoeg. Waarom is een compliment niet goed genoeg meer als beloning? Of een uurtje echte oprechte aandacht, in bijvoorbeeld de vorm van een spelletje?

Ik heb een ‘NEE NEE’ sticker op mijn brievenbus geplakt. Dat scheelt een hele hoop reclamefolders. Daar kijk je dan in en dan denk je: ‘Wat een leuke spullen die ga ik halen!’ Maar je hebt ze helemaal niet nodig. Nu krijg ik geen folders meer en daardoor word ik minder vaak getriggerd om naar de winkel te gaan. Ik kijk nog wel regelmatig naar de televisie. Dat medium is eigenlijk nog veel erger en dan heb ik het niet alleen over de reclameblokken. Ook als ik naar de gewone programma’s kijk denk ik ook vaak dat iemand leuk gekleed is. Dan vraag ik me dan af waar ik dat dan kan halen. Misschien ligt het aan mij, maar volgens mij moet ik eerst echt afkicken van het idee dat ik spullen nodig heb en kan ik daarna pas weer naar de televisie kijken. Mijn dochter ziet ook van alles dat ze dan wilt hebben. Misschien moet zij ook maar eerst afkicken. Je helemaal van de wereld afsluiten is trouwens ook geen goed idee, we moeten er immers wel in wonen. Bovendien moet ik mijn dochter klaarstomen voor de maatschappij. Beter dat ze er mee om leert gaan.

Ons huis (ook de kamer van mijn dochter) is ook denk ik voor 80% gevuld met rotzooi, spullen die we niet nodig hebben. Vaak gekocht in een opwelling of omdat het in mijn hoofd zo mooi zou staan op die éne plek daar naast de plant. Verduurzamen begint misschien ook wel met een grote schoonmaak. Stéphanie verteld in haar boek dat een grote schoonmaak een goed idee is en nog beter om dat elk jaar of om de zoveel tijd bij te houden. Je ontdoen van rotzooi, van overdaad. Waarom zou je je vasthouden aan spullen die je nooit gebruikt. Belangrijk bij zo’n grote schoonmaakt is om je te realiseren wat een hoop spullen je eigenlijk hebt waar je niks mee gedaan hebt. Je hebt ze gekocht, omdat ze je leuk leken, maar wat eigenlijk een miskoop was. Om dus te voorkomen dat je elk jaar een container moet bestellen tijdens je grote schoonmaak, is het belangrijk om twee of zelfs drie keer na te denken voordat je tot aankoop overgaat. Als je daarbij de ‘duurzaamheidseisen’ in acht neemt, waar vaak wel een iets van een prijskaartje aan hangt, denk je A twee keer na voordat je tot koop overgaat en B wanneer je het product dan koopt weet je zeker dat je het nodig hebt en gaat gebruiken.

Ik koop nu bijna niks meer en anders denk ik wel goed over na. Waar komt het product vandaan, is het biologisch, verantwoord geproduceerd, wat kost het product werkelijk? Soms gaan we na een bezoek aan een museum nog even ‘windowshoppen’ (echt Hollands toch? Kijken kijken, niet kopen). Blijft lastig merk ik. In mijn hoofd bedenk ik dan dat dat ene shirt mij wel heel leuk zou staan. Het lijkt wel alsof er dan in mij hoofd een soort van blijdschapstofje wordt aangemaakt al bij de gedachte eraan. Ik heb weleens ergens gelezen dat bij vrouwen dezelfde stof (dopamine) vrijkomt bij het kopen van iets, zeker als het in de aanbieding/sale is, als bij een orgasme…

Deze eerste tips zijn dan wel gratis, maar vragen wel volharding en doorzettingsvermogen. Spullen niet kopen die je niet nodig hebt mag dan wel een luxeprobleem zijn, het maakt het er niet gemakkelijker op.

 

Share.

About Author